Het meten van pijn geeft meer inzicht in de pijnbeleving. Dit leidt tot betere pijnbestrijding. Wanneer je de metingen goed registreert, is er sprake van subjectieve gegevens die overdraagbaar zijn naar de volgende dienst. Dit komt de continuïteit van de behandeling ten goede. De resultaten van de metingen indiceren de noodzaak om pijnbeleid te starten, aan te passen of te kiezen voor niet-medicamenteuze interventie. Ook bepaal je met pijnmeting het effect van een interventie.

Pijnschalen dienen als hulpmiddel om pijn te meten.

Zuigelingen en Kinderen

  • 0 - 4 jaar Comfortschaal + VAS verpleegkundige of FLACC + VAS verpleegkundige

    De Comfortschaal is een gedragsobservatieschaal die ontwikkeld is vanuit het Sophia Erasmus MC te Rotterdam. Met gebruikmaking van een scorelijst observeert de verzorger de patiënt aan de hand van zeven items. Een score boven de 17 is een indicatie dat het kind pijn kan hebben.

    De FLACC (Faces,Legs,Activiti, cry and consolabiliti) is een gedragsobservatieschaal. Dit houdt in dat de verzorger het kind tijdens de verzorging observeert aan de hand van een scorelijst (0-10) grimas in het gezicht, beweeglijkheid en dergelijke. Een score tussen de 3 tot 7 betekent matige pijn en een score hoger dan 7 geeft ernstige pijn aan. Als verzorger probeer je uit te zoeken wat de oorzaak zou kunnen zijn, zoals: zit het infuus nog wel goed, heeft het kind honger, angst of verdriet?

    De oorspronkelijke versie van deze schaal is herzien door het WKZ en van deze verbeterde versie maakt JonkmanPijnzorg gebruik.

    Naast de observatieschaal geeft de verpleegkundige een cijfer (0-10) voor het welbevinden van het kind.
  • 4 - 7 jaar Gezichtjesschaal of FLACC + VAS verpleegkundige

    Bij kinderen van 4 -7 jaar wordt de gezichtjesschaal gehanteerd. Zij kunnen begrijpen wat de uitdrukking op het gezichtje betekent. De scores van de gezichtjesschaal worden vertaald in een numerieke schaal van 0-10. Bij een score boven 3 heeft de verzorger een indicatie dat er iets aan de hand is. Als verzorger ga je dan in gesprek met het kind en/of de ouders. Je gaat op zoek naar een oorzaak zoals: zit het gipsverband te strak, heeft het kind heimwee?

  • 7 jaar en ouder VAS (Visueel Analoge Schaal)

    VAS (Visueel Analoge Schaal), wordt ook NRS (NumeRieke Schaal) genoemd. De VAS-schaal is in de praktijk al zo geïmplementeerd dat wanneer we de VAS schrijven, we de NRS bedoelen. Bij jonge kinderen is het handig om een tastbare NRS te gebruiken in de vorm van een liniaal.

    Een kind van 7 jaar en ouder begrijpt de betekenis van een cijfer. De VAS (Visueel Analoge Schaal) wordt hierbij gehanteerd. De verzorgers leggen uit dat op de pijnliniaal 0 geen pijn is en 10 hele erge pijn. Het kind geeft vervolgens een cijfer. Ook hier geldt dat een score boven de 3 betekent dat er iets aan de hand is met het kind. Je gaat in gesprek met kind en/of ouders. Je probeert er achter te komen door alles na te lopen, zoals: heeft het kind zijn pijnmedicatie gehad?

Volwassenen

  • NRS(NumeRieke Schaal) is vragen aan de patiënt om een getal te geven aan de pijn tussen 0 en 10 0 is geen pijn en 10 is de ergst denkbare pijn. Het voordeel is dat je er geen latje bij nodig hebt en dus patiënten die niet met een latje om kunnen gaan (slechtzienden, hand in gips, infuus in hand, ed) gemakkelijk een score kunnen geven
  • Repos (Rotterdam Elderly Pain Observation Scale) is een gedragsobservatieschaal. Tweederde van de mensen in een verpleeghuis lijdt pijn. Dat wil zeggen: het gedeelte van de mensen dat het nog kan vertellen. Maar veel mensen met dementie kunnen hun pijn niet uiten. Erasmus MC te Rotterdam ontwikkelde een goede pijnschaal, genaamd Repos. Een instrument om pijn bij mensen met dementie te herkennen. Het resultaat van de observatie wordt uitgedrukt in een cijfer van 0 tot 10, waarbij 0 helemaal geen pijn is en 10 de ergste pijn.

Meervoudig complex gehandicapten

  • FLACC kan ook bij ernstig geretardeerde, oudere kinderen worden toegepast.
  • CPG (Checklist Pijn Gedrag): Deze schaal is ontwikkeld in het Sophia Erasmus MC te Rotterdam en is een lijst met tien non-verbale uitingen van pijn. Deze uitingen worden als kenmerkend gezien voor kinderen met een diep verstandelijke handicap .Verzorgenden kunnen aan de hand van deze lijst de kinderen observeren en het gedrag scoren. De score wordt uitgedrukt in een cijfer. De totaalscore kan variëren tussen de 0-10. De hoogte van de score geeft inzicht in de vraag of er sprake is van pijn en zo ja, in welke mate.
  • NCCPC-R (pijncontrolelijst voor niet-verbaal communicerende gehandicapten): Deze schaal is ontwikkeld in Reinaerde, een instelling voor meervoudig complexe patiënten. Aan de hand van zeven gedragsobservatie-items observeer je de patiënt met gebruikmaking van deze lijst. De score wordt uitgedrukt in een cijfer. Een totaalscore van 7 of hoger is een indicatie dat de patiënt pijn heeft. Een score van zes of lager is een indicatie dat de patiënt geen pijn heeft